disclaimer

03 september 2010

Powered by
Zero Creative 3D



Vorige > Home > De Analist > Functiebeschrijvingen

Funktieomschrijvingen

Klik op een funktie om de beschrijving te lezen:

Analist kwaliteitszorg
Assistent-tandtechnicus
Biochemisch analist
Biochemisch laboratoriumingenieur
Biotechnisch laboratoriummedewerker
Biotechnisch analist
Biotechnologisch analist
Botanisch analist
Chemisch analist
Chemisch laboratoriumingenieur
Cytologisch-histologisch analist
Cytologisch-histologisch laboratoriumingenieur
Hematologisch analist
Klinisch-chemisch analist
Klinisch-chemisch laboratoriumingenieur
Laboratoriumbediende
Medisch analist
Medisch-microbiologisch analist
Medisch-microbiologisch laboratoriumingenieur
Milieudeskundige
Tandtechnicus
Zoölogisch analist



Salarischeck

Heeft u informatie of suggesties voor deze site mail deze dan naar: info@laboratorium.nl.


Analist kwaliteitszorg
Als analist kwaliteitszorg van een laboratorium ben je verantwoordelijk voor de implementatie en het beheer van het kwaliteitsborgingsysteem op het laboratorium. Hiervoor dien je eerst de afdelingsbrede processen, procedures en werkinstructies in kaart brengen. Hierna dient het kwaliteitshandboek van het laboratorium te worden opgesteld met daarin onder andere alle SOPs (Standard Operation Procedures). Dit zijn de procedure- apparatuur- en werkvoorschriften die op het laboratorium gebruikt worden. Wanneer het kwaliteitsborgingsysteem is opgezet dien je het te onderhouden en moet je regelmatig kwaliteitsmetingen uitvoeren door onder andere de door laboratoriummedewerkers opgestelde voorschriften te toetsen aan de richtlijnen. Om kwaliteitsfunctionaris te worden dien je op de hoogte te zijn van de laboratoriumtechnieken die operationeel zijn op het laboratorium. Verder moet je cursussen volgen m.b.t. kwaliteitszorg etc.

Assistent-tandtechnicus
Tandartsen hebben voor hun patiënten vaak gebitsprothesen, kronen, bruggen, beugels en andere zogenaamde tandtechnische en orthodontische werkstukken nodig. Die werkstukken worden gemaakt in een tandtechnisch laboratorium. Op de basisberoepsopleiding Assistent-tandtechnicus leer je hoe je kunt helpen bij het maken van deze werkstukken. Je gaat aan de slag met gipsafdrukken voor bijvoorbeeld gebitsprotheses. Je krijgt daarbij te maken met termen als volledige prothese, partiële prothese en kroon- en brugwerk. Je leert gieten, modelleren, uitbedden afstralen, solderen, afwerken, slijpen en polijsten. Daarbij houd je je aan de voorschriften die er zijn op het gebied van gezondheid, veiligheid, hygiëne en milieu. Verder staat de patiëntenbehandeling op het programma. Je leert luisteren naar wat de patiënt vertelt over de behandeling. Wat hij ervan verwacht. Hoe hij de behandeling heeft gevonden. Want je belangrijkste zorg is een tevreden patiënt.

Biochemisch analist
Als biochemisch laboratoriummedewerker onderzoek je de samenstelling, eigenschappen en veranderingen van dierlijke en plantaardige stoffen en producten. Je werkt in een laboratorium van een farmaceutisch of levensmiddelenbedrijf, een onderzoeksinstituut of ziekenhuis. Je werkt onder leiding van een chef (biochemisch laboratorium ingenieur), die bepaalt wat je moet doen. De wijze waarop je het werk moet doen, ligt voor een groot deel vast in voorschriften en procedures. Je onderzoekt bijvoorbeeld de samenstelling, de versheid of de voedingswaarde van vlees, vis en andere voedingsmiddelen, maar ook de aanwezigheid van bacteriën en de samenstelling van geneesmiddelen. Je voert dan met laboratoriumapparatuur chemische analyses en standaardbepalingen uit en je registreert de verkregen uitkomsten. Je metingen beoordeel je en bij twijfel of afwijkingen schakel je jouw chef in. Soms moet je ook monsters (een klein deel van een grotere hoeveelheid) voorbewerken door ze op te lossen, te mengen, te malen en te filtreren. Verder houd je de voorraad bij van de chemicaliën die je gebruikt, waarbij je aan je chef doorgeeft welke aanvullingen er nodig zijn. Ook reinig je het glaswerk en de overige laboratoriumapparatuur. Verder schrijf je soms een rapport over je onderzoeksresultaten. Je moet zorgvuldig kunnen werken om instrumenten af te lezen en om hoeveelheden af te meten. Soms moet je kleurnuances goed kunnen waarnemen, omdat kleurveranderingen bij chemische processen erg belangrijk zijn. Daarnaast moet je schriftelijk helder onder woorden kunnen brengen wat je bedoelt. Je kunt met collega`s in teamverband samenwerken. Je werkt afwisselend zittend en staand in een laboratorium. Soms reis je naar een ander laboratorium. Af en toe werk je met onaangename of gevaarlijke stoffen of met bedorven of besmet materiaal, waarmee je voorzichtig om moet gaan. Dat geldt ook voor sommige apparatuur die je gebruikt. Daarom draag je soms verschillende beschermingsmiddelen, zoals handschoenen. Zo nu en dan, als iets snel af moet, werk je onder tijdsdruk en moet je overwerken.

Biochemisch laboratoriumingenieur
Als biochemisch laboratoriumingenieur onderzoek je de samenstelling, eigenschappen en veranderingen van dierlijke en plantaardige stoffen en producten. Je werkt meestal in een laboratorium van een farmaceutisch of levensmiddelenbedrijf, een ziekenhuis of op een onderzoeksinstituut, waar je zelfstandig onderzoeken uitvoert die deel uitmaken van een groter onderzoeksproject. Je chef stelt vast wat je moet doen, maar je bepaalt zelf hoe je het werk uitvoert (welke analysemethoden en apparatuur je gebruikt). Vaak werk je samen met anderen en soms geef je leiding aan enkele medewerkers (analisten of laboratoriummedewerkers).In dit beroep onderzoek je bijvoorbeeld de samenstelling, de versheid of de voedingswaarde van vlees, vis en zuivelproducten of kijk je wat voor invloed bepaalde toevoegingen of voedingsstoffen op deze eigenschappen hebben. Ook kun je onderzoek doen op milieugebied. Je maakt gebruik van uiteenlopende laboratoriuminstrumenten en je werkt ook met verschillende hulpstoffen (zoals chemicaliën en gassen). Je beoordeelt de resultaten van de analyses en de metingen die je uitvoert, waarna je conclusies trekt die je vastlegt in een rapport. Daarnaast ontwikkel je nieuwe onderzoeks- en testmethoden. Verder houd je de vakliteratuur bij, zodat je op de hoogte blijft van de ontwikkelingen op je vakgebied. Je moet zorgvuldig kunnen werken om instrumenten af te lezen en om hoeveelheden af te meten. Soms moet je kleurnuances goed kunnen waarnemen, omdat kleurveranderingen bij chemische processen erg belangrijk zijn. Daarnaast moet je mondeling en schriftelijk helder onder woorden kunnen brengen wat je bedoelt. Je schrijft immers rapporten, die je ook moet toelichten. Ook moet het je liggen om leiding te geven, want soms heb je een aantal medewerkers onder je hoede. Je kunt met collega`s in teamverband samenwerken. Je werkt afwisselend zittend en staand in een laboratorium. Soms reis je naar een ander laboratorium. Af en toe werk je met onaangename of gevaarlijke stoffen of met bedorven of besmet materiaal, waarmee je voorzichtig om moet gaan. Dat geldt ook voor sommige apparatuur die je gebruikt. Daarom draag je soms verschillende beschermingsmiddelen, zoals handschoenen. Zo nu en dan, als iets snel af moet, werk je onder tijdsdruk en moet je overwerken.

Biotechnisch laboratoriummedewerker
Als biotechnisch laboratoriummedewerker bereid je experimenten met proefdieren voor en assisteer je bij de uitvoering van de experimenten. Meestal ben je in dienst van een onderzoekslaboratorium, een farmaceutisch bedrijf of een universiteit. Van je chef of van een onderzoeker hoor je wat je moet doen, maar zijn opdrachten voer je verder zelfstandig uit. Bij de experimenten werk je in teamverband met collega`s. Wordt er een experiment uitgevoerd, dan zet je om te beginnen alle instrumenten en stoffen die bij het experiment worden gebruikt in de experimenteerruimte klaar (injectie-apparatuur, injectievloeistof, operatie-instrumenten, sterilisatie-apparatuur enzovoort). Dan controleer je of de instrumenten goed gereinigd, gedesinfecteerd en/of gesteriliseerd zijn. Tijdens de experimenten neem je (als dat nodig is) bloed af, geef je injecties, voer je kleine operaties uit, stel je de apparatuur voor de controle van hartslag, ademhaling en bloeddruk in en die hartslag, ademhaling en bloeddruk bewaak je tijdens het hele experiment. De proeven worden vaak een groot aantal keren op precies dezelfde manier herhaald (om zeker te weten dat de resultaten betrouwbaar zijn). Je houdt je niet alleen maar met de experimenten bezig. Zo maak je ook de hokken van de proefdieren en het laboratorium schoon en geef je de dieren op vaste tijden voedsel en water. Daarbij ben je gebonden aan allerlei voorschriften (onder andere voor de hygiëne) en aan werkschema`s. Op de computer houd je tot slot allerlei gegevens bij. Zo doe je steeds heel uitgebreid en precies verslag (in zogenaamde protocollen) van de manier waarop een experiment is uitgevoerd en van de resultaten van het experiment. Je moet als biotechnisch laborant allereerst zorgvuldig kunnen werken, want je mag geen fouten maken tijdens experimenten. Daarvoor is ook belangrijk dat je een hele tijd goed je aandacht bij je werk kunt houden (denk aan de bewaking van hartslag, ademhaling enzovoort). Onder andere bij je operaties, het instellen en bedienen van apparatuur doe je heel precies werk, waar je behoorlijk handvaardig voor moet zijn. Uiteraard moet je ook goed met de dieren kunnen omgaan die je verzorgt en moet je in teamverband kunnen werken. Tot slot moet je heel precieze verslagen kunnen schrijven. Je werkt in een laboratorium en in de ruimten en stallen van de dieren. Je loopt en staat veel tijdens je werkzaamheden. Soms heb je (bij toerbeurt) enige tijd weekenddienst, omdat de dieren soms continu geobserveerd moeten worden. Soms moet je een hele tijd achtereen geconcentreerd kunnen werken.

Biotechnisch analist
Als biotechnisch analist doe je onderzoek naar en proeven met micro-organismen, zoals schimmels, virussen en bacteriën. Je probeert bijvoorbeeld te ontdekken of een bepaalde schimmel doodgaat van een bepaalde stof (om te kijken hoe die kan worden bestreden) en hoe snel bepaalde bacteriën organisch materiaal kunnen omzetten in (bio)gas. Ook houd je je bezig met erfelijkheids- en milieu-onderzoek. Je werkt in een laboratorium van bijvoorbeeld een ziekenhuis, een voedingsmiddelenbedrijf of een milieutechnische dienst. Van het hoofd van het laboratorium hoor je wat je moet doen, maar je bepaalt meestal zelf hoe je jouw taken indeelt. Bij de uitvoering van die taken houd je je aan allerlei voorschriften betreffende de methode van onderzoek en tevens pas je de voorschriften op het gebied van de veiligheid nauwgezet toe. Vaak werk je samen met collega`s en soms geef je leiding aan enkele assistenten die zich bezighouden met eenvoudig routinematig onderzoek. Wat komt er nu zo ongeveer bij deze baan kijken? Het komt erop neer dat je in het laboratorium allerlei ingewikkelde en heel gespecialiseerde (`zoötechnische`) proeven en tests uitvoert. Daarbij gebruik je onder andere microscopen, retorten (de glaskolven waarin je allerlei mengsels verhit), branders, kleine elektrische apparaten, injectienaalden, maatbekers, reageerbuisjes en pipetten (zuigbuisjes). Soms werk je met proefdieren. Die geef je injecties of je voert er kleine kijkoperaties op uit en regelmatig ontleed je dode proefdieren met scalpels en ontleedmessen. De proeven worden vaak een groot aantal keren op precies dezelfde manier herhaald (om zeker te weten dat de resultaten betrouwbaar zijn). Al je proeven en tests bereid je zelf voor (soms word je daarbij geholpen door assistenten) en ook de onderzoeksresultaten registreer je op de computer. Dat doe je in zogenaamde protocollen (uitgebreide verslagen van de manier waarop je het experiment hebt uitgevoerd en van de resultaten). Je moet als biotechnisch laboratoriummedewerker om te beginnen nauwkeurig kunnen werken, want je moet regelmatig moeilijk waarneembare metingen kunnen uitvoeren en heel zorgvuldig kunnen opereren. Daarvoor is het belangrijk dat je goed bent in fijn handwerk. Hoewel je werk gedeeltelijk bestaat uit routinehandelingen, moet je ook daarbij uitermate secuur blijven werken (op fracties van een millimeter, milliliter of milligram). Voor je microscopische waarnemingen is het nodig dat je goede ogen hebt, en het mag geen probleem voor je zijn om lange tijd geconcentreerd door een microscoop te kijken. Als je met assistenten samenwerkt, moet je leiding kunnen geven en hun werk kunnen controleren. In het laboratorium waar je werkt, gebruik je af en toe gevaarlijke stoffen (gif en zuren). Je past je werkkleding hieraan aan, door bijvoorbeeld het dragen van gummiehandschoenen, een veiligheidsbril en een laboratoriumjas. Je staat en loopt veel in dit beroep. Je moet je goed aan procedures en voorschriften houden om gevaarlijke situaties te voorkomen. Het langdurig staren door een microscoop kan heel vermoeiend zijn.

Biotechnologisch analist
Als biotechnologisch analist analyseer je micro-organismen, zoals gisten, schimmels en bacteriën. Met behulp van deze micro-organismen worden allerlei producten gemaakt, van yoghurt tot penicilline. Dat gebeurt in een fermentor (een groot vat waarin processen met behulp van meet- en regelapparatuur kunnen worden gestuurd). Dit werk kun je doen in laboratoria van farmaceutische of voedingsmiddelenbedrijven, onderzoeksinstituten (zoals TNO) en universiteiten. De hoofdanalist of directeur van het laboratorium stelt vast wat je moet doen en controleert achteraf in grote lijnen of je je werk goed hebt gedaan, maar je bepaalt zelf hoe je zijn opdrachten uitvoert. Soms geef je daarbij leiding aan een aantal analisten. Meestal is je onderzoek onderdeel van een groter onderzoek, dat je uitvoert voor een onderzoeker. Dan ga je regelmatig naar werkbesprekingen waar je de vorderingen en de planning doorneemt met collega`s die met andere onderdelen van het onderzoek bezig zijn. Voordat je aan de slag gaat met je onderzoek, bekijk je de voorschriften voor de analyses die je gaat uitvoeren. Soms zul je die moeten testen op betrouwbaarheid en zo nodig ontwikkel je zelf nieuwe voorschriften. Dan verricht je metingen en voer je analyses uit op micro-organismen, kweek je plantaardige en dierlijke cellen en af en toe onderzoek je ook of je micro-organismen kunt verbeteren via genetische manipulatie (verandering van de erfelijke eigenschappen). Daarbij gebruik je onder andere een fermentor, broedstoven, klimaatkamers, kweekbuizen, belichtings- en bestralingsapparatuur. Daarnaast werk je met allerlei meet- en regelapparatuur, een microscoop en fotografische apparatuur, een zogenaamde autoclaaf (voor sterilisatie) en filtreersystemen. Tijdens de experimenten zorg je ervoor dat de omstandigheden (voedingsbodem, klimaat en dergelijke) van de micro-organismen constant blijven. Natuurlijk houd je je ook goed aan de veiligheidsvoorschriften. Ben je klaar met je experimenten dan maak je de gebruikte spullen (glaswerk) schoon. Je bevindingen registreer je tot slot (compleet met tabellen, grafieken en tekeningen) in rapporten of in een labjournaal. Vanzelfsprekend moet je als biotechnisch analist zorgvuldig en precies kunnen werken, al is het alleen maar omdat de micro-organismen worden gebruikt voor producten die door mensen worden gegeten. Je moet goed in teamverband kunnen werken, want je hebt contact met collega`s, met de overige medewerkers van de instelling waar je werkt, met je chef en met de onderzoeker voor wie je een gedeelte van het onderzoek uitvoert. Verder moet je een scherpe opmerkingsgave hebben en goed je hoofd bij het werk kunnen houden, omdat je (heel) kleine veranderingen aan micro-organismen moet kunnen signaleren. Je werkt hoofdzakelijk in het laboratorium van een onderzoeksinstituut of een bedrijf. De ene dag ben je wat later thuis dan de andere, omdat je er nu eenmaal niet halverwege een experiment mee kunt ophouden omdat het vijf of zes uur is. Bij dit werk zit je niet alleen maar sta je ook veel, soms (achter de microscoop bijvoorbeeld) in een ongemakkelijke houding. De veiligheidsvoorschriften moet je nauwgezet in acht nemen om ongelukken te voorkomen. Soms moet je onder tijdsdruk werken, bijvoorbeeld bij het binnen korte tijd afronden van een onderzoek. Een deel van je werkzaamheden komt steeds weer terug. Soms moet je bijvoorbeeld een maand achter elkaar elke dag registreren hoe een micro-organisme zich ontwikkelt. Bij dit werk zit je niet alleen maar sta je ook veelvuldig.

Botanisch analist
Als botanisch analist analyseer je levend (of dood) plantmateriaal. Dat kunnen landbouwgewassen, algen, mossen, varens, schimmels en bacteriën zijn en die onderzoek je op allerlei eigenschappen. Je probeert bijvoorbeeld milieuvriendelijke manieren op het spoor te komen om planten beter bestand te maken tegen schimmels en virussen. Of je onderzoekt de vorm en bouw van sla-planten (in verschillende groeifasen) die op een nieuwe manier zijn geteeld. Meestal is je onderzoek gericht op plantenveredeling (ontwikkeling van betere rassen), biologische bestrijding en verbetering en bescherming van het milieu en de volksgezondheid.Je kunt werken bij een plantenveredelingsbedrijf, proefstations (waar nieuwe teeltwijzen van gewassen worden getest), instellingen voor hydrobiologisch onderzoek (hoogheemraadschappen), bedrijven voor weefselkweek, instellingen voor onderzoek naar bestrijding van plagen, instituten voor genetisch onderzoek of ecologische instellingen. Je baas (de hoofdanalist of directeur van het laboratorium) stelt vast welke werkwijze je moet volgen en controleert achteraf in grote lijnen of je je werk goed hebt gedaan. Je werkt vaak met een aantal collega`s in teamverband en soms geef je zelf leiding aan enkele analisten. Meestal zijn je analyses onderdeel van een groter onderzoek, dat je uitvoert voor een wetenschappelijk onderzoeker. Dan ga je regelmatig naar werkbesprekingen waar je je vorderingen en de planning doorneemt met collega`s die met andere onderdelen van het onderzoek bezig zijn. Voordat je aan de slag gaat met je analyses, bekijk je de voorschriften voor de analyses die je gaat uitvoeren. Soms zul je die moeten testen op betrouwbaarheid en zo nodig ontwikkel je zelf nieuwe voorschriften en analysemethoden. Bij je metingen, analyses en kweken gebruik je allerlei apparatuur en verschillende technieken: broedstoven, klimaatkamers, kweekbuizen, belichtings-, schud- en bestralingsapparatuur, meetapparatuur, een microscoop, fotografische apparatuur, fijnprepareertechnieken, histologische apparatuur (voor weefselonderzoek), ultrasoontechnieken, verassingsovens, een autoclaaf (voor sterilisatie) en filtreersystemen. Tijdens de experimenten zorg je ervoor dat de cultuuromstandigheden (voedingsbodem, klimaat en dergelijke) van het materiaal dat je onderzoekt constant blijft. Natuurlijk houd je ook rekening met de veiligheidsvoorschriften. Ook let je erop dat je zeer hygiënisch werkt, anders zijn je onderzoeksresultaten niet betrouwbaar (soms moet je zelfs in een helemaal steriele omgeving analyses uitvoeren). Ben je klaar met je experimenten dan maak je de gebruikte spullen (glaswerk) schoon. Je bevindingen registreer je tot slot (compleet met tabellen, grafieken en tekeningen) in rapporten of in een labjournaal. Vanzelfsprekend moet je als botanisch analist heel zorgvuldig en precies kunnen werken (denk maar aan het aflezen van meetapparatuur en de kleine proefplantjes). Je bent veel bezig met precisiewerk (je snijdt bijvoorbeeld met fijne mesjes stukjes van entmateriaal en brengt dat met een pincet over in broedflessen) en je moet daarom goed zijn in heel `fijn` handwerk. Bij je overleg met collega`s en in de rapporten voor je chef moet je helder onder woorden kunnen brengen wat je bedoelt. Je moet ertegen kunnen om regelmatig een tijd in je eentje te werken, maar samenwerken met je collega`s doe je ook vaak. Je moet leiding kunnen geven aan een aantal assistenten en hen begeleiden in hun werkzaamheden. Je werkt veel in het laboratorium maar komt (afhankelijk van waar je werkt) ook regelmatig in kassen, proeftuinen of `in het veld` (om monsters te nemen). In de broeikas en de klimaatkamer is het vaak erg warm. Bij dit werk zit je niet alleen, maar sta je ook veel, soms (achter de microscoop bijvoorbeeld) in een ongemakkelijke houding. Je werkt met allerlei chemicaliën, schimmels, bacteriën en laboratoriumapparatuur. Je dient de veiligheidsvoorschriften dan ook nauwgezet in acht te nemen. Voor je eigen veiligheid draag je speciale beschermende kleding, zoals een laboratoriumjas, een veiligheidsbril en handschoenen. In piekperioden zul je flink moeten aanpakken (bijvoorbeeld bij seizoensgebonden metingen). Een deel van je werkzaamheden komt steeds weer terug. Soms moet je bijvoorbeeld een maand achter elkaar elke dag registreren hoe een alg zich ontwikkelt.

Chemisch analist
Als chemisch analist onderzoek en analyseer je de samenstelling van bijvoorbeeld kunstharsen, afvalwater, chemische producten, voedingsmiddelen en bestrijdingsmiddelen. Je kunt in verschillende bedrijfstakken werken (zoals de metaal-, de chemische en de levensmiddelenindustrie), in onderzoeksinstituten en bij wetenschappelijke instellingen. Je werkt onder leiding van het laboratoriumhoofd, die je opdrachten geeft en aangeeft hoe ze moeten worden uitgevoerd. Daarbij werk je volgens gedetailleerde voorschriften. Het resultaat van je werk wordt gecontroleerd. Je doet proeven die je eerst moet voorbereiden door de benodigde apparatuur op te stellen. De aangevoerde monsters (dat zijn kleine hoeveelheden van de te onderzoeken stof) bewerk je door ze op te lossen, te mengen en met behulp van filters weer te scheiden. Daarbij kijk je ook of het nodig is dat er extra monsters worden genomen. Vervolgens maak je berekeningen en registreer je de uitkomsten. Als je afwijkingen van de gestelde normen constateert, die zouden kunnen leiden tot het afkeuren van producten, breng je je chef hiervan op de hoogte. Je geeft dan ook aan welke correcties in het productieproces moeten worden aangebracht om afwijkingen te voorkomen. Je bepaalt ook of een onderzoek moet worden herhaald om tot betrouwbare resultaten te komen. Je doet het werk met uiteenlopende laboratoriumapparatuur, met glaswerk en met een computer. Verder houd je de voorraden chemicaliën, glaswerk en andere hulpmiddelen (zoals branders en pipetten) bij en reinig je het laboratorium en het glaswerk. Je moet zorgvuldig kunnen werken, want je gaat om met glaswerk en met verschillende instrumenten. Als je proeven uitvoert, stoffen afweegt, instrumenten afleest en gegevens registreert, moet je nauwkeurig werken om betrouwbare onderzoeksresultaten te verkrijgen. Verder moet je goed kunnen samenwerken (met je collega`s en je chef). Soms is het van belang dat je bij bepaalde proeven de veranderingen van kleuren feilloos kunt waarnemen. Je werkt afwisselend zittend en staand in een laboratorium van een productiebedrijf, een onderzoeksinstituut of een wetenschappelijke instelling. Je werkt met chemicaliën, laboratoriumapparatuur en glaswerk die bij verkeerd gebruik gevaarlijk kunnen zijn. Daarom draag je handschoenen en gezichtsbeschermingsmiddelen. Soms zit je langdurig in eenzelfde houding (bijvoorbeeld als je een stof met behulp van de microscoop onderzoekt).

Chemisch laboratoriuminginieur
Als chemisch laboratoriumingenieur doe je onderzoek naar methoden om chemische productieprocessen van bijvoorbeeld kunststoffen, geneesmiddelen, voedingsmiddelen en wasmiddelen te ontwerpen en te beheersen. Dat doe je om te controleren of de kwaliteit van het productieproces voldoet aan de eisen van het bedrijf. Je doet onder andere onderzoek door monsters (een klein deel van een grotere hoeveelheid) van grond- en hulpstoffen te bewerken. Je bekijkt welke conclusies je kunt trekken uit de gegevens die het onderzoek oplevert. Je werkt onder leiding van een chef, met wie je in overleg de taken vaststelt. Verder bepaal je zelf hoe je het werk uitvoert en hoe je de werkzaamheden verdeelt over je medewerkers. Je bent niet alleen verantwoordelijk voor hun werk maar ook voor de kostbare apparatuur, zoals een refractometer om de lichtbreking te meten en een gaschromatograaf om stoffen te scheiden. Je werkt volgens bepaalde richtlijnen en de resultaten worden in overleg met je chef gecontroleerd. Het is jouw taak: - de automatische analyse-apparatuur te controleren en eventueel in of bij te stellen; - de toegepaste analysemethoden te verbeteren door voorstellen te doen voor veranderingen, verbeteringen of de aanschaf van nieuwe apparatuur; - de oorzaken van afwijkingen in het productieproces op te sporen en de bedrijfsleiding te adviseren over de maatregelen die moeten worden genomen; - de proeven uit te voeren om de kwaliteit van het productieproces te verbeteren; - de rapporten te schrijven over de onderzoeksresultaten. Je moet mondeling en schriftelijk helder onder woorden kunnen brengen wat je bedoelt. Je moet immers niet alleen je adviezen toelichten maar ook rapporten schrijven. Ook moet het je liggen om leiding te geven. Verder moet je zorgvuldig kunnen werken, want je moet de instrumenten zeer precies instellen en aflezen en de meetgegevens nauwkeurig registreren. Je kunt vrij snel overzien uit welke onderdelen ingewikkelde processen zijn opgebouwd, zodat je fouten in het productieproces kunt opsporen en verbeteringen kunt aanbrengen. Tot slot moet je goed met mensen kunnen omgaan, want je moet contacten onderhouden met je chef, je collega`s en je medewerkers. Je werkt afwisselend zittend en staand in het laboratorium van een bedrijf. Je komt ook in de fabriekshallen om automatische analyse-apparatuur in en bij te stellen en om aanpassingen en wijzigingen in het productieproces te volgen. Je werkt soms met chemicaliën, gassen en laboratoriumapparatuur die bij verkeerd gebruik gevaarlijk kunnen zijn. Daarom draag je handschoenen en gezichtsbeschermingsmiddelen. Bij je werk sta je, of je zit in een gebogen houding. Soms heeft een bepaalde productieafdeling de analysegegevens heel snel nodig en dan moet je dus onder tijdsdruk werken. Zo nu en dan werk je over om proeven op te starten of af te maken. Je doet literatuuronderzoek om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen op je vakgebied.

Cytologisch-histologisch analist
Als cytologisch-histologisch analist onderzoek je hoe menselijke weefsels en cellen zijn samengesteld en opgebouwd en je bekijkt wat ze doen in het lichaam. Je onderzoeksmateriaal bestaat uit stukjes weefsel, bijvoorbeeld longweefsel dat je op longkanker moet onderzoeken. Je doet je werk in opdracht van je chef, die het weefsel ontvangt van een arts. Eerst neemt de arts via een punctie (een soort injectie) of strijkje cellen bij de patiënt af. Van het celmateriaal wordt een uitstrijkpreparaat gemaakt. Dit preparaat onderzoek je met de microscoop. Je bekijkt welk weefsel volkomen gezond en welk weefsel ziek is. Voortdurend controleer je of je dat onderscheid goed hebt gemaakt. Daarna stel je de resultaten exact vast, verwerkt deze op de computer en je geeft deze door aan je directe chef. Het is heel belangrijk dat je alle voorschriften goed opvolgt en dat je erop let dat de hele analyse in de goede volgorde en binnen de gestelde tijd verloopt, zodat je uitkomsten betrouwbaar zijn. Het onderzoek is belangrijk omdat je zo in een vroeg stadium een ziekte kunt ontdekken, zodat de behandeling van de patiënt kan starten. Onbetrouwbaar onderzoek kan negatieve gevolgen hebben voor de patiënt. Je moet ook heel hygiënisch werken, want het werken met materiaal van zieke mensen geeft jou en je collega`s kans op besmetting met bacteriën en virussen. Je voert je onderzoek zelfstandig uit, maar je werkt ook samen met andere analisten, bijvoorbeeld om je proeven te laten controleren. Je moet veranderingen die je tijdens het onderzoek opvallen nauwkeurig kunnen meten en je moet de resultaten die je waarneemt zorgvuldig kunnen noteren. Voortdurend moet je je werk controleren omdat het onderzoeksresultaat belangrijke gevolgen voor de patiënt kan hebben. De resultaten van het onderzoek moet je schriftelijk duidelijk kunnen vastleggen. Je werkt ook onder tijdsdruk heel nauwkeurig en zelfstandig, maar je kunt ook goed met anderen samenwerken. Je werkt meestal in een histologisch/cytologisch laboratorium van een ziekenhuis. Daarbij sta je veel. Soms moet je ook wel eens in het weekend, `s avonds of `s nachts werken. Je moet zorgvuldig en hygiënisch werken en je houden aan de veiligheidsvoorschriften om besmetting te voorkomen. Regelmatig werk je onder grote tijdsdruk omdat van het resultaat van het onderzoek een medische beslissing afhangt. Ook in de nacht- en weekenddiensten moet je bij spoedgevallen onder druk kunnen werken.

Cytologisch-histologisch laboratoriumingineur
Als cytologisch-histologisch laboratoriumingenieur onderzoek je stukjes weefsel van bijvoorbeeld longen, nieren en spieren om te kijken of er iets mis mee is. Je doet dat in opdracht van diverse medische specialisten, bijvoorbeeld een longarts of een internist, en om de medische kennis over bepaald weefsel of weefselgedrag te verbeteren (experimenteel onderzoek). Je werkt in een laboratorium van een ziekenhuis of een andere gezondheidsinstelling, zoals een streeklaboratorium. Bij het onderzoek dat je doet in opdracht van medische specialisten, overleg je eerst met hen waar je naar moet zoeken. Als de specialist vermoedt dat zijn patiënt longkanker heeft, bestudeer je bijvoorbeeld of het longweefsel dat je onderzoekt kankercellen bevat. Je doet dat strikt volgens de voorschriften voor dit soort onderzoek. Van de stukjes weefsel maak je eerst een microscopisch preparaat. Daarvoor doop je het weefsel in paraffine en daarna snijd je het in dunne plakjes die je onder de microscoop kunt leggen. Daarna bestudeer je het en trek je conclusies. Je controleert voortdurend je werk, omdat een fout in de uitkomst van het onderzoek ernstige gevolgen voor de patiënt kan hebben; stel je maar voor dat je de kankercellen over het hoofd ziet. Bij experimenteel onderzoek bestudeer je bijvoorbeeld het weefsel van de organen van proefdieren om de werking van het afweersysteem te onderzoeken. Bij experimenteel onderzoek is je eigen inbreng groot, er zijn minder voorschriften over hoe je moet werken. De algemene veiligheidsvoorschriften gelden natuurlijk wel. Je geeft ook leiding aan een aantal laboratoriummedewerkers. Je let erop dat de mensen in het laboratorium zich houden aan de regels op het gebied van hygiëne en veiligheid om te voorkomen dat ze besmet raken met bacteriën en virussen uit het weefselmateriaal van zieke mensen. Je houdt ook goed in de gaten dat iedereen de voorschriften voor goed onderzoek opvolgt. Niet alleen voor je eigen werk, maar ook voor dat van je medewerkers ben je verantwoordelijk. Je moet bijvoorbeeld verschillende onderzoeksresultaten kunnen beoordelen en eventuele fouten opsporen. Je moet kort en duidelijk gegevens kunnen rapporteren aan medisch specialisten en collega`s, zodat de overdracht van gegevens foutloos verloopt. Daarvoor moet je medische termen kennen, zodat je over het onderzoek kunt praten. Je werkt heel zorgvuldig en nauwkeurig, want het resultaat van het onderzoek kan grote gevolgen voor de patiënt hebben. Voor het onderzoek tuur je veel door microscopen om kleine stukjes weefsel te bekijken. Daarvoor moet je goede ogen hebben. Verder moet je er niet tegenop zien om leiding te geven en samen te werken. Je staat in een laboratorium. Afhankelijk van het laboratorium waar je werkt, moet je af en toe nacht- of weekenddiensten draaien. Je werkt met chemicaliën en met levend materiaal, waarbij besmettingsrisico`s bestaan. Regelmatig krijg je te maken met grote tijdsdruk, omdat van het resultaat van jouw onderzoek een medische beslissing afhangt. Ook tijdens nacht- en weekenddiensten moet je bij spoedgevallen onder druk kunnen werken. Hematologisch analist
Als hematologisch analist onderzoek je bloed om te kijken hoe het is samengesteld. Je neemt bloed af bij mensen en dieren. Het bloed, dat je in buisjes verzamelt, onderzoek je met behulp van allerlei apparatuur. Je begeleidt ook leerling-analisten. Je werkt samen met een aantal collega`s onder leiding van het hoofd van een laboratorium. Het bloedonderzoek voer je zelfstandig uit, maar je houdt je daarbij wel aan bepaalde voorschriften: bloed kan immers besmettelijke ziekten overdragen, dus je moet hygiënisch werken. Van een opdrachtgever, bijvoorbeeld een medisch specialist, krijg je de taak om het bloed van een patiënt te onderzoeken. Eerst tel je met computergestuurde apparatuur de voorkomende soorten bloedcellen (rode en witte bloedlichaampjes bijvoorbeeld) en je stelt de bloedgroep vast. Vervolgens test je het bloed om te kijken of het gebruikt kan worden door andere mensen (bij bloedtransfusies) en je bekijkt of het bloed goed stolt (bij patiënten met hemofilie of bloederziekte stolt het bloed niet; een wondje is bij hen dan ook gevaarlijk). De uitkomsten van deze onderzoeken vergelijk je met andere bekende gegevens van de patiënt. Aan de hand van de uitslag van de analyse bepaal je of je het bloed nog onder de microscoop moet bekijken. Als het beeld van het bloed heel anders is dan normaal, geef je de uitslag direct door aan de medisch specialist. Soms is er een kleine storing bij een apparaat die je zelf op moet lossen. Bij grotere storingen waarschuw je de technische dienst. Als je met bloed werkt, moet je nauwkeurig en hygiënisch kunnen werken. Verder moet je mensen snel op hun gemak kunnen stellen, zodat je bij hen zonder problemen bloed kunt afnemen. Je werkt meestal in het laboratorium van een ziekenhuis. Daarbij sta je veel. Om de bloedmonsters te verzamelen die je moet onderzoeken, moet je naar de patiëntenkamers in het ziekenhuis, waarbij je soms flinke afstanden moet lopen. Bij het werken met bloed loop je het risico besmet te worden met ziektekiemen. Je hebt onregelmatige diensten, want je werkt volgens een wisselend urenrooster, bovendien werk je ook in de nachtdienst. `s Avonds en `s nachts kun je niet altijd terugvallen op je chef of collega`s als er problemen zijn: je kunt dan bijvoorbeeld niet om hun mening vragen over een bloedmonster dat je onderzoekt en als er een storing is in een apparaat moet je dat zelf proberen op te lossen. Ook moet je er tegen kunnen dat je vaak onder tijdsdruk werkt.

Klinisch-chemisch analist
Als klinisch-chemisch analist onderzoek je lichaamsvochten zoals bloed en urine, om te zien welke chemische processen in het lichaam van zieke mensen verstoord zijn. Je onderzoekt het bloed en de urine van zieke mensen en van mensen die medicijnen gebruiken. Eerst neem je bloedmonsters af bij patiënten. Dan zoek je met chemische analysetechnieken uit wat er precies in de chemische processen in het lichaam van de patiënt veranderd is, zodat de medisch specialist kan vaststellen wat er met de patiënt aan de hand is, waardoor zijn ziekte veroorzaakt wordt of hoe het met het herstel van de patiënt gaat. Van een patiënt met suikerziekte bekijk je bijvoorbeeld hoeveel bloedsuiker er in zijn bloed zit. Bij je onderzoek gebruik je meetapparatuur, microscopen en scheikundige stoffen. Je controleert de analyses voortdurend. Vervolgens verwerk je de bloedmonsters en de resultaten van het onderzoek op de computer. Daarna stel je de resultaten exact vast, je verwerkt deze op de computer en je geeft deze door aan je chef. Je werkt met materiaal van zieke mensen, waardoor er kans op besmetting met bacteriën en virussen bestaat. Je moet daarom heel hygiënisch werken en je goed aan de juiste volgorde van werken en de veiligheidsvoorschriften houden. Meestal moet je het ook binnen een bepaalde tijd af hebben. Doe je dat niet, dan is het onderzoek minder betrouwbaar en dat kan vervelende gevolgen hebben voor de patiënt. Je voert je onderzoek zelfstandig uit, maar je werkt samen met andere analisten, bijvoorbeeld om je proeven te laten controleren. Als je bloed afneemt bij patiënten, moet je duidelijk kunnen maken waarvoor je het nodig hebt en wat je ermee gaat doen. Tijdens het onderzoek moet je veranderingen in het onderzoeksmateriaal nauwkeurig kunnen afmeten en je moet de resultaten die je waarneemt zorgvuldig kunnen noteren. Je werkt precies en hygiënisch, ook als je weinig tijd krijgt voor je onderzoek, bijvoorbeeld als je met een spoedgeval te maken krijgt. De resultaten van het onderzoek leg je schriftelijk vast, dus je moet je op papier ook duidelijk kunnen uitdrukken. Je werkt zelfstandig, maar kunt ook goed met anderen samenwerken. Je werkt in een klinisch-chemisch laboratorium van een ziekenhuis of van een andere gezondheidsinstelling. Daarbij sta je veel. Soms moet je ook wel eens in het weekend, `s avonds of `s nachts werken. Je werkt met organisch materiaal waarbij besmettingskansen bestaan. Daarom moet je zorgvuldig en hygiënisch werken en je houden aan de veiligheidsvoorschriften. Je werkt regelmatig onder grote tijdsdruk: van jouw werk hangt een belangrijke medische beslissing af. Vooral in nacht- en weekenddiensten moet je bij spoedgevallen onder druk werken.

Klinisch-chemisch laboratoriumingineur
Als klinisch-chemisch laboratoriumingenieur werk je in een laboratorium van een ziekenhuis of een andere gezondheidsinstelling, zoals een streeklaboratorium. In de eerste plaats houd je je zelfstandig bezig met onderzoek van bloed en urine van mensen. Eerst heb je overleg met een medisch specialist, bijvoorbeeld een arts die gespecialiseerd is in inwendige ziekten (een internist). De internist wil het bloed van een patiënt laten onderzoeken om te zien of bijvoorbeeld niet het eiwit in het bloed wordt afgebroken als de patiënt penicilline gebruikt. Vervolgens stel je vast welke testen je allemaal moet doen om erachter te komen of er eiwit wordt afgebroken. Hiervoor gebruik je microscopen, meetapparatuur en scheikundige stoffen. Voor een groot onderzoek gebruik je de meest moderne apparatuur, zoals een uitgebreid computersysteem. Met dit computernetwerk kun je contact onderhouden met andere laboratoria en opdrachtgevers en onderling gegevens uitwisselen. Je doet niet elk gedeelte van het onderzoek zelf, maar je geeft je laboratoriummedewerkers de opdracht om bepaalde testen uit te voeren. Voortdurend controleer je of het onderzoek in de juiste volgorde verloopt. Dan ga je de testuitslagen van de verschillende onderzoeken die de medewerkers hebben uitgevoerd beoordelen en eventuele fouten opsporen. Daarna schrijf je een rapport over de onderzoeksresultaten en je stuurt dit rapport naar de medisch specialist. Deze onderzoeksresultaten gebruikt de medisch specialist, die nu kan vaststellen welke medicijnen geschikt zijn voor de patiënt. In de tweede plaats ben je met technische zaken bezig, je bedenkt op welke manier en met welke apparaten je de invloed van medicijnen op de samenstelling van het bloed beter kunt onderzoeken. Bovendien kun je zelf een oplossing bedenken als een apparaat kapot is, zodat het onderzoek toch door kan gaan. Ten derde geef je leiding aan een aantal laboratoriummedewerkers. Jij houdt in de gaten dat ze volgens de veiligheidsvoorschriften werken, zodat zij en jij niet besmet worden met de bacteriën en virussen die in het onderzoeksmateriaal aanwezig zijn. Jouw verantwoordelijkheid is het om te beslissen op welke manier en met welke middelen een onderzoek plaatsvindt. Daarbij houd je je aan de wettelijke voorschriften over het omgaan met stoffen die schadelijk zijn voor het milieu. Je moet kort en duidelijk kunnen rapporteren aan medisch specialisten en collega`s, zodat de overdracht van gegevens foutloos verloopt. Alle belangrijke medische termen moet je kennen, zodat je over het onderzoek kunt praten. Het resultaat van je onderzoek kan belangrijke gevolgen voor de patiënt hebben, dus je moet heel zorgvuldig en nauwkeurig werken. Je moet goede ogen hebben. Je moet er niet tegenop zien om leiding te geven en samen te werken. Je werkt in een klinisch-chemisch laboratorium. Daarbij sta je veel. Afhankelijk van het laboratorium waar je werkt, moet je af en toe avond-, nacht- of weekenddiensten draaien. Je werkt met levend materiaal waarbij besmettingskansen bestaan. Daarom moet je zorgvuldig werken en zorgen dat alles voortdurend goed schoon is. Natuurlijk moet je je houden aan de veiligheidsvoorschriften. Je werkt regelmatig onder grote tijdsdruk, omdat van het resultaat van je onderzoek een medische beslissing afhangt. Ook in avond, nacht- en weekenddiensten moet je bij spoedgevallen onder druk kunnen werken.

Laboratorium bediende
Als laboratoriumbediende bereid je experimenten voor, assisteer je bij die experimenten en help je bij het schoonmaken en opruimen van de gebruikte instrumenten. Dat doe je van begin tot eind volgens strenge voorschriften en procedures. Van het hoofd van het laboratorium waar je werkt, hoor je wat je moet doen. Je werkt in teamverband, samen met de mensen die het experiment uitvoeren. Wat doe je nu zoal op een gemiddelde werkdag? Je bent veel bezig met schoonmaken, steriliseren en drogen van alle instrumenten en gereedschappen die bij de experimenten worden gebruikt. Zo reinig je kolfjes, maatcilinders, reageerbuisjes, pipetten (zuigbuisjes) en ander glaswerk, de zuurkasten en de laboratoriumtafels (om inwerken van chemicaliën te voorkomen) en scalpels (operatiemesjes). Tijdens de experimenten werk je met allerlei laboratoriumapparatuur: injectie-apparatuur, operatie-instrumenten (als er met proefdieren wordt gewerkt), microscopen, branders enzovoort. Zo onderzoek je wel eens bloed met de microscoop of verricht je zelf (eenvoudige) operaties aan proefdieren. Na afloop van een experiment registreer je de resultaten van je (deel)onderzoek op de computer. Ook maak je de hokken van de proefdieren en het laboratorium zelf schoon, met schrobbers, borstels, vegers, emmers en speciale schoonmaakmiddelen. Vanzelfsprekend moet je als laboratoriumbediende heel zorgvuldig kunnen werken. Zo moet je de gebruikte instrumenten heel grondig reinigen, desinfecteren of steriliseren (anders zijn de onderzoeksresultaten niet meer betrouwbaar) en uiteraard moet je daarbij uitkijken met het dunne en breekbare glaswerk. Verder moet je ook met (proef)dieren kunnen omgaan, want je maakt geregeld de hokken schoon. Verder moet je in teamverband kunnen werken en mag het geen probleem voor je zijn om een helder en precies verslag te schrijven. Je werkt in een laboratorium van bijvoorbeeld een wetenschappelijk instituut of een farmaceutisch bedrijf. Soms duurt een onderzoek langer dan normaal, en zul je dus ook wel eens buiten normale werktijden moeten werken. Je werkt afwisselend staand, lopend en zittend. Werk je met stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid, dan draag je een veiligheidsbril of werkhandschoenen. Je dient je dan ook nauwgezet aan de veiligheidsvoorschriften te houden.

Medisch analist
Als medisch analist onderzoek je lichaamsstoffen, zoals urine, bloed of ontlasting. Meestal werk je in een laboratorium van een ziekenhuis of verpleeghuis, of bij een bloedbank. Je kijkt of in de lichaamsstoffen die je moet onderzoeken bepaalde bacteriën of virussen voorkomen (de salmonella-bacterie bijvoorbeeld, die voedselvergiftiging veroorzaakt). Of je doet tests waaraan je kunt zien hoe de patiënt reageert op bepaalde medicijnen. Je bekijkt met een microscoop hoe het bloed, de urine of andere lichaamsstoffen zijn samengesteld. Soms moet je er eerst bepaalde scheikundige stoffen of kleurstoffen aan toevoegen in een reageerbuisje. Daarna bekijk je hoe het bloed of de urine daarop reageert of je laat de computer vaststellen wat voor reactie er heeft plaatsgevonden. Weer andere apparaten gebruik je om het aantal zieke cellen in iemands bloed te tellen. Door de computer en al die andere apparaten kun je heel veel proeven zeer precies uitvoeren. Zelf beoordeel je de analyseresultaten van je onderzoek, die je nauwkeurig noteert in een verslag voor de medisch specialist of de huisarts. Als je twijfelt over de uitslag van de test, moet je de proef herhalen of hulp van anderen inroepen. De uitslag van jouw onderzoek helpt de medisch specialist of de huisarts om vast te stellen welke ziekte zijn patiënt heeft of om te besluiten, andere medicijnen te proberen. Je doet je onderzoek zelfstandig, maar je werkt wel samen met collega`s, bijvoorbeeld om je proeven te laten controleren. Omdat je te maken hebt met lichaamsstoffen waarbij gevaar voor besmetting bestaat, moet je je goed houden aan de voorschriften voor veiligheid en hygiëne: je moet bijvoorbeeld handschoenen en een schort of jas dragen. Bij je werk gebruik je moderne apparatuur, die je nauwkeurig moet kunnen instellen om proeven uit te voeren. Verder moet je heel precies kunnen werken met je handen: je werkt met scheikundige stoffen en daar mag je niet mee morsen. Ook moet je goed weten wanneer je welke proef moet doen en welke apparaten je daarvoor moet gebruiken. Je kunt zelfstandig werken maar ook goed samenwerken. Je werkt in een laboratorium van een ziekenhuis, verpleeghuis, universiteit of bloedbank. Daarbij sta je veel. In een laboratorium van een ziekenhuis heb je weleens nacht-, avond- en weekenddiensten. Vooral bij spoedgevallen werk je nogal eens onder grote tijdsdruk, omdat er op basis van jouw onderzoek een medische beslissing moet worden genomen.

Medisch-microbiologisch analist
Als medisch-microbiologisch analist onderzoek je welke ziekteverwekkers voorkomen in menselijk materiaal. Op basis van jouw onderzoeksgegevens kan de huisarts of medisch specialist dan het juiste geneesmiddel voorschrijven aan zijn patiënt. Je werkt in een medisch microbiologisch laboratorium van een ziekenhuis of een andere gezondheidsinstelling. Veel ziektes worden veroorzaakt door bacteriën of door virussen. Als de arts vermoedt dat een bacterie de ziekteverwekker is, maak je als medisch-microbiologisch analist een kweek van lichamelijk materiaal van de patiënt. Dat doe je door bloed of pus op een speciale voedingsbodem aan te brengen, waar bacteriën goed op groeien. Die voedingsbodem bewaar je een poosje bij 37 graden Celsius, zodat de bacteriën zich vermeerderen. Daarna kijk je welke bacteriën in het materiaal voorkomen. Onder de microscoop kun je bijvoorbeeld aan de groeivorm en kleur van sommige bacteriën zien met welke soort je te maken hebt. Andere bacteriën moet je met scheikundige proeven onderzoeken om ze te kunnen herkennen. Verder kijk je ook voor welk soort antibiotica de bacterie gevoelig is. Een patiënt die ziek is van een bacterie krijgt namelijk vaak antibiotica voorgeschreven, omdat dit geneesmiddel bacteriën doodt. Sommige ziektes worden niet veroorzaakt door bacteriën, maar door virussen. Om erachter te komen of een ziekte door een virus wordt veroorzaakt, moet je kijken of het lichaam van de patiënt antistoffen tegen het virus heeft gemaakt. Als medisch-microbiologisch analist spoor je ook zulke antistoffen op in het lichaamsmateriaal van patiënten. Ontstaan er tijdens het onderzoek problemen, dan schakel je je chef in. De uitslag van je onderzoek maak je bekend aan de leiding van het laboratorium en vaak ook aan de arts of specialist. Hoewel je meestal samenwerkt met andere analisten, doe je zelfstandig onderzoek volgens goed omschreven opdrachten. Werken met materiaal van zieke mensen geeft kans op besmetting. Je moet daarom hygiënisch werken en de veiligheidsvoorschriften opvolgen, bijvoorbeeld een schort of jas dragen en in sommige gevallen ook handschoenen. Bij dit werk moet je zorgvuldig en nauwkeurig kunnen werken. Je mag het materiaal van de ene patiënt bijvoorbeeld nooit `per ongeluk` verwisselen met dat van een andere patiënt. Je werkt ook heel precies volgens de voorschriften voor onderzoek en veiligheid. Je moet goede ogen hebben, want tijdens het onderzoek moet je kunnen zien of het kweekmateriaal verandert. De resultaten van je werk noteer je zorgvuldig. Daarbij moet je je werk steeds controleren, want het onderzoeksresultaat kan verstrekkende gevolgen voor de patiënt hebben. Je kunt zelfstandig werken, maar ook goed samenwerken. Je werkt meestal in een medisch-microbiologisch laboratorium. Daarbij sta je veel. Als je in een ziekenhuis werkt, moet je wel eens in het weekend, `s avonds of `s nachts werken. Je werkt met organisch materiaal waarbij besmettingskansen bestaan. Je werkt vaak onder grote tijdsdruk omdat van het resultaat van het onderzoek een medische beslissing afhangt. Ook in nacht- en weekenddiensten moet je bij spoedgevallen onder druk kunnen werken.

Medisch-microbiologisch laboratoriumingineur
Als medisch-microbiologisch laboratoriumingenieur werk je in een laboratorium van een ziekenhuis of in een andere gezondheidsinstelling, zoals een streeklaboratorium. In de eerste plaats houd je je zelfstandig bezig met onderzoek van bloed van mensen. Daarbij ben je betrokken bij onderzoek dat erop is gericht om ziektes te voorkomen (toegepast onderzoek). Ook werk je mee aan onderzoek dat de basis (het fundament) vormt voor wetenschappelijk onderzoek. Stel, dat je meewerkt aan het onderzoek naar het virus dat de ziekte AIDS veroorzaakt (HIV-virus). Dan ga je eerst alle gegevens verzamelen over het ziekteverloop. Deze gegevens kun je vinden in artikelen die gepubliceerd zijn in vaktijdschriften. Ook overleg je met collega`s en je communiceert via de computer met vakgenoten. Dan onderzoek je of de voorgeschreven medicijnen of therapie enige invloed hebben op de bestrijding van het virus. Hiervoor gebruik je de apparatuur die in het laboratorium aanwezig is, zoals microscopen, meetapparatuur en scheikundige stoffen. Je doet niet elk gedeelte van het onderzoek zelf, maar je geeft je laboratoriummedewerkers de opdracht om bepaalde testen uit te voeren. Voortdurend controleer je of het onderzoek in de juiste volgorde verloopt. Dan ga je de testuitslagen van de verschillende onderzoeken die de medewerkers hebben uitgevoerd beoordelen en eventuele fouten opsporen. Daarna schrijf je een rapport over de onderzoeksresultaten. Dit rapport kan het wetenschappelijk onderzoek naar AIDS weer een stapje verder brengen. Vaak doe je onderzoek voor een patiënt van een medisch specialist; dan is zo`n rapport van de onderzoeksresultaten een advies aan de medisch specialist. Die kan nu vaststellen welke medicijnen geschikt zijn voor de patiënt. In de tweede plaats ben je met technische zaken bezig, je bedenkt op welke manier en met welke apparaten je bijvoorbeeld de salmonella-bacterie kunt onderzoeken. Daarbij gebruik je de meest moderne apparatuur. Bovendien kun je zelf een oplossing bedenken als een apparaat kapot gaat, zodat het onderzoek toch door kan gaan. Ten derde geef je leiding aan een aantal laboratoriummedewerkers. Jij houdt in de gaten dat ze volgens de veiligheidsvoorschriften werken, zodat zij en jij niet besmet worden door de bacteriën en virussen die ze onderzoeken. Jouw verantwoordelijkheid is het om te beslissen op welke manier en met welke middelen een onderzoek plaatsvindt. Daarbij houd je je aan de wettelijke voorschriften over het omgaan met stoffen die schadelijk zijn voor het milieu. Je moet kort en duidelijk kunnen rapporteren aan medisch specialisten en collega`s, zodat de overdracht van gegevens foutloos verloopt. Alle belangrijke medische termen moet je kennen, zodat je over het onderzoek kunt praten. Het is belangrijk dat je heel zorgvuldig en nauwkeurig werkt, omdat het resultaat van je onderzoek verstrekkende gevolgen voor de patiënt kan hebben of voor vervolgonderzoeken. Je moet scherp kunnen zien. Ook kun je leiding geven en samenwerken. Je werkt in een medisch-microbiologisch laboratorium. Daarbij sta je veel. Afhankelijk van het laboratorium waar je werkt, moet je af en toe avond-, nacht- of weekenddiensten draaien. Je werkt met organisch materiaal (bloed), waarbij besmettingskansen bestaan. Daarom moet je zorgvuldig werken en zorgen dat alles steeds goed schoon is. Natuurlijk moet je je houden aan de veiligheidsvoorschriften. Je werkt regelmatig onder grote tijdsdruk, omdat van het resultaat van je onderzoek een medische beslissing kan afhangen. Ook in avond-, nacht- en weekenddiensten moet je bij spoedgevallen onder druk kunnen werken.


Milieudeskundige
Werkzaamheden Als milieudeskundige probeer je allerlei milieuproblemen op te lossen en te voorkomen. Grondwater- en bodemverontreiniging bijvoorbeeld, of de uitstoot van giftige stoffen door industrie, autoverkeer en afvalverwerking. Je kunt je daarbij oriënteren op de technische kant of op de beleidskant. In het eerste geval heb je een onderzoeksbaan bij bijvoorbeeld een milieukundig ingenieurs- of adviesbureau, in het tweede geval werk je vaak bij de overheid. Vaak moet je je bij je werk aan allerlei (wettelijke) regels houden. Je baas controleert in grote lijnen of je je werk goed hebt gedaan, maar je hebt een zelfstandige functie. Ben je `technisch` milieudeskundige, dan zoek je naar technische oplossingen voor milieuproblemen. Je probeert bijvoorbeeld waterzuiveringsinstallaties te verbeteren of doet onderzoek naar nieuwe verpakkingsmaterialen die het milieu niet belasten. Vaak onderzoek je ook de oorzaken en effecten van milieuverontreiniging op een bepaalde plaats. Je neemt dan bodemmonsters die je in een laboratorium laat onderzoeken. De resultaten van dit onderzoek analyseer je en verwerk je in een (milieu-effect)rapportage. Af en toe schrijf je een artikel voor bijvoorbeeld een vaktijdschrift. Als beleidsmedewerker bij de overheid stel je milieuwetgeving en milieubeleidsregels op voor burgers en bedrijven. Een systeem van afvalscheiding bijvoorbeeld, voorschriften waaraan landbouwers en telers zich moeten houden als ze hun akkers bemesten of regels voor de inrichting van een nieuw industriegebied (bedrijven moeten immers goede voorzieningen treffen om hun afvalwater en overige afvalstoffen af te voeren). Al die wetgeving en regels moet je op zo`n manier opstellen dat mensen er in de praktijk mee uit de voeten kunnen en dat ze er ook aan meewerken. Zo zul je de mensen in een gemeente op tijd goed moeten informeren als je daar afvalscheiding wilt gaan invoeren. Om ervoor te zorgen dat het systeem in de praktijk werkt, bedenk je praktische oplossingen voor mensen met bovenwoningen en stel je boeteregelingen op. Vaak geef je ook voorlichting over (nieuwe) wetgeving en over beleidskwesties aan bedrijven en instellingen. Waar je ook terechtkomt, je zult in elk geval goed op de hoogte moeten blijven van nieuwe ontwikkelingen op milieugebied. Daarom houd je tussen je `gewone` werk door goed je vakliteratuur bij en bezoek je regelmatig congressen en symposia. Capaciteiten Wil je milieudeskundige worden, dan moet je om te beginnen heel zorgvuldig kunnen werken. Je mag immers geen fouten maken in je metingen of in je adviezen. Die adviezen moet je goed kunnen overbrengen aan anderen, en daarom moet je zowel mondeling als schriftelijk helder onder woorden kunnen brengen wat je bedoelt. Het moet je liggen om leiding te geven en om met andere mensen samen te werken, en daarbij moet je ook meningsverschillen kunnen bijleggen. Belangrijk is tot slot dat je goed met allerlei mensen moet kunnen omgaan, want behalve met collega`s heb je regelmatig contact met laboratoriummedewerkers, technici, bodemdeskundigen, juristen, verontreinigingsdeskundigen en leden van belangengroeperingen. Werkomstandigheden Heb je een beleidsfunctie dan zit je uiteraard veel op kantoor. Als onderzoeker sta je het grootste deel van de werkdag in een laboratorium. In beide gevallen kom je ook regelmatig buiten de deur. Zo ga je van tijd tot tijd naar bedrijven voor controle, voorlichting of onderzoek, naar congressen in binnen- of buitenland of naar collega`s die aan (andere) milieuprojecten werken. Soms moet je overwerken, bijvoorbeeld als er ineens ergens zware vervuiling is opgetreden. Dan werk je bovendien onder behoorlijke tijdsdruk, omdat je zo snel mogelijk de oorzaak van de vervuiling moet zien op te sporen zodat de volksgezondheid niet in gevaar komt. In een onderzoeksfunctie werk je geregeld met giftige gassen of met andere ongezonde stoffen. De risico`s blijven echter beperkt omdat je je aan allerlei strenge veiligheidsvoorschriften moet houden. Opleidingen:Aquatische ecotechnologie (HBO)

Tandtechnicus
Als tandtechnicus maak en repareer je hulpmiddelen die het gebit corrigeren, ondersteunen of vervangen, zoals beugels, bruggen, kronen en kunstgebitten. Soms geef je daarnaast ook leiding aan een leerling-tandtechnicus. Je werkt in een tandtechnisch of orthodontistisch laboratorium. Tandartsen, kaakchirurgen en orthodontisten geven je opdrachten om bepaalde hulpmiddelen te maken. In overleg met deze specialisten bepaal je wat je precies moet doen.
Meestal ben je zelf ook een specialist in één of meer technieken: je kunt bijvoorbeeld heel goed kronen maken, stukjes kunststof of goud die bovenop een tand of kies worden gezet om hem te beschermen of te verstevigen. Of je bent gespecialiseerd in het maken van protheses, zoals een kunstgebit of een paar tanden op een plaatje. Je maakt de hulpmiddelen van verschillende materialen, zoals kunststof, gips, hars, porselein en verschillende soorten metaal en je gebruikt daarbij gereedschappen zoals tangen, vijlen en een pincet. Met slijp- en freesgereedschap werk je de protheses en kronen af. Verder maak je gebruik van een porseleinoven om porselein voor een tand te maken. Desinfectiemiddelen heb je nodig om de producten schoon te maken. De tandarts of kaakchirurg controleert je werk als hij het kunstgebit of de kroon plaatst bij de patiënt. Als je 'kunstwerkje' dan niet past, krijg je het terug om het bij te werken of opnieuw te maken.
Hoewel je zelf bepaalt hoe je je werkt uitvoert, overleg je over je werkzaamheden met collega's en tandartsen. Je houdt bij je werk rekening met gegevens over het gebit van een patiënt, die je van de specialist krijgt. Je moet zeer nauwkeurig kunnen werken, want je maakt kleine, unieke werkstukjes die goed moeten passen. Het is ook belangrijk dat je heel precies kunt werken met je handen, omdat je vaak kleine objecten maakt en kleine randjes moet wegslijpen. Je moet creatief zijn, een goed gevoel voor vorm hebben en je kunnen voorstellen hoe een kroon of een prothese zo goed mogelijk in een bestaand gebit past. Als tandtechnicus doe je geen routinewerk, elke opdracht is weer anders. Omdat je regelmatig met collega's en tandspecialisten overlegt, moet je je mondeling en schriftelijk goed kunnen uitdrukken. Soms wordt er van je verwacht dat je leiding kunt geven aan een leerling-tandtechnicus.
Je werkt in een laboratorium; meestal zit je aan een werktafel, soms sta je aan de gipstafel. Vaak reis je naar tandartsen en specialisten om producten af te leveren. Bij het aanmaken van bepaalde kunststoffen kunnen giftige gassen vrijkomen, maar als je de juiste voorzorgsmaatregelen treft (door te werken onder een luchtafzuiger) is dit niet schadelijk voor je gezondheid. Hulpmiddelen voor gebitten en reparaties moeten vaak dezelfde dag nog klaar zijn; je werkt dus regelmatig onder tijdsdruk.

Zoölogisch analist
Als zoölogisch analist doe je allerlei proeven met dieren. Met muizen, ratten, konijnen, kippen of honden bijvoorbeeld of met andere proefdieren. Je werkt in een laboratorium van een farmaceutisch bedrijf of bijvoorbeeld in een proefdierenstation of een milieu-instelling. Van je chef (het hoofd van het laboratorium) hoor je wat je moet doen. Afhankelijk van je opleiding en ervaring voer je zijn opdrachten meer of minder zelfstandig uit. Je werkt samen met collega`s en andere deskundigen, zoals biologen en scheikundigen. Wat voor proeven doe je nu zoal als zoölogisch laborant? Vaak geef je proefdieren injecties met een bepaalde stof om te onderzoeken hoe ze daarop reageren. Die stof kan ook in een glazen of kunststof buisje (een `canule`) zitten dat je via een operatie inbrengt in het dier. Ook haal je wel met een mesje stukjes dierlijk weefsel (bijvoorbeeld huid of organen) weg en die bekijk je onder een microscoop (het zogenaamde `coupe snijden`). Test je een bepaalde stof op dieren, dan observeer je de proefdieren heel zorgvuldig om te onderzoeken hoe het dier op de stof reageert en welke veranderingen en afwijkingen er optreden. De onderzoeksresultaten voer je (compleet met grafieken) op de computer in. Vanzelfsprekend moet je als zoölogisch laborant nauwkeurig kunnen werken. Zo moet je erg precies te werk gaan als je canules inbrengt of dieren injecteert. Daarvoor moet je bovendien goed zijn in `fijn` handwerk. Je moet zorgvuldig kunnen werken om zo te voorkomen dat er meer proefdieren gebruikt worden dan strikt nodig is. Verder moet je kunnen samenwerken in een team en moet je heldere onderzoeksverslagen kunnen schrijven. Tot slot mag je geen last hebben van allergieën. In het laboratorium waar je werkt, sta je veel achter de operatietafel maar je zit ook geregeld achter je bureau. Zo nu en dan maak je overuren, bijvoorbeeld omdat je proefdieren ook `s avonds moet blijven observeren. Omdat je met ongezonde stoffen in aanraking kunt komen (chemicaliën die schadelijk zijn voor huid en/of ogen), draag je vaak beschermende kleding (een jasschort, handschoenen en een veiligheidsbril).